You probably do not come from: Belgium.  If necessary, change to: United States

V. Welke invloed heeft de temperatuur op de geleidbaarheid?

A. Bij een stijgende mediumtemperatuur neemt de geleidbaarheid aanzienlijk toe - van 1 - 5% per°C. Om deze temperatuurveranderingen te compenseren, worden geleidbaarheidswaarden vaak afgestemd op een referentietemperatuurwaarde, gewoonlijk 25 °C. Met een geïntegreerde temperatuursensor kan de LDL de geleidbaarheidsmeting aan de hand van de temperatuur compenseren. Eén enkele temperatuurcoëfficiënt is nodig voor een toereikende nauwkeurigheid binnen een bereik van 30 - 40°C. Bereiken voor lineaire temperatuurcoëfficiënten zijn bij benadering:

  • Zuur -- 1.0...1.6% per°C
  • Loog -- 1.8...2.2% per°C
  • Zouten -- 1.8...3.0% per°C

Met behulp van de configuratiesoftware LR Device kan de temperatuurcoëfficiënt “T.Cmp” voor de LDL-familie worden gewijzigd.

V. Moet ik de temperatuuruitgang gebruiken voor de temperatuurcompensatie?

A.Nee.De LDL-familie meet automatisch de mediumtemperatuur en compenseert intern de geleidbaarheidsmeting.

V. Wat is een celconstante en waarom wordt deze niet door ifm opgegeven?

A. Een celconstante is de verhouding van elektrodeoppervlakten en de onderlinge afstand en wordt algemeen opgegeven voor de directe (galvanische) meting. De meeste gangbare geleidbaarheidssensoren meten de geleidende waarde, niet de specifieke geleidbaarheid en geleidende waarde x celconstante = geleidbaarheid. Een celconstante wordt door ifm niet opgegeven, omdat het sensorontwerp slechts een testelektroden gebruikt. De behuizing van de LDL1 vormt een elektrode en de punt van de sensor vormt de andere elektrode. Voor meer informatie raadpleegt u Technologie.

V. Kunnen klemadapters met LDL200 worden gebruikt?

A. In tegenstelling tot de LDL100 moet de vloeistof door het meetkanaal van de LDL200 stromen. Op die manier wordt de beïnvloeding door turbulenties geminimaliseerd. Aanwijzing: LDL wordt niet aangeraden voor inbouw in leidingsdiameters van minder dan 2”, omdat het meetkanaal de stroming door de leiding niet bereikt.

De meeste gangbare Clamp-T-stukken hebben een hals die verhindert dat het meetkanaal de stroming kan bereiken. Voor het geval dat u een T-stuk of een stutzschroefverbinding wilt gebruiken, dient u de LDL201 in te bouwen. Die is door zijn grotere insteekdiepte voor dergelijke applicaties ontwikkeld.

V. Hoe kan men de LDL-metingen aan een bekende norm of aan een andere sensor aanpassen?

A. In het configuratiemenu van de LDL-familie bevindt zich de parameter “CGA” (Calibration Gain). Deze parameter kan met de software LR Device worden aangepast. 80...120% van de weergavewaarde kan worden afgesteld.

Bij afregeling op een standaardoplossing plaatst u de sensor in de oplossing en stelt de CGA naar boven of naar beneden af om deze af te regelen. Om temperatuurgerelateerde fouten te vermijden, deactiveert u daarvoor de temperatuurcompensatie en past u deze aan met de geleidbaarheid van de norm bij de actuele mediumtemperatuur.

Tijdens het afregelen met een bestaande sensor moeten beide sensoren in dezelfde leiding geïnstalleerd worden. De temperatuurcompensatie moet bij beide apparaten gedeactiveerd zijn. Het medium moet met een hoge snelheid stromen, zodat temperatuursinvloeden worden vermeden. Stel de CGA naar boven of naar beneden bij voor de afregeling.

 

Standaard geleidbaarheid/gemeten geleidbaarheid x 100 = CGA