You probably do not come from: Belgium.  If necessary, change to: United States
  1. Homepage
  2. Ontdek de TCC
  3. Meteen bruikbare meetprestatie

Meteen bruikbare meetprestatie

Wij van ifm willen graag dat u uw temperatuurmeetinstrumenten net zo vertrouwt als wij. Wij testen elke TCC-sensor afzonderlijk en grondig, om er zeker van te zijn dat wij de meest betrouwbare en nauwkeurige temperatuursensoren op de markt produceren.

Het kalibratielaboratorium van ifm is door A2LA geaccrediteerd volgens de internationale norm ISO 17025, de strengste kwaliteitsnorm in de meettechniekbranche. De laboratoriumtechniek is terug te herleiden naar NIST en is toegepast in onze productie. In het kalibratielaboratorium worden de prestaties van de TCC-familie zonder enige configuratie vergeleken met de specificaties in het datablad om de hoogste nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van onze producten te garanderen. Aansluitend worden de prestaties van de TCC-sensoren vergeleken met de producten van drie andere grote fabrikanten.

Meteen bruikbare meetnauwkeurigheid

15 nieuwe, niet toegepaste apparaten van iedere fabrikant, zijn in een testopstelling bij 5 temperatuurwaarden geplaatst: 5 °C, 20 °C, 65 °C, 95 °C en 123 °C. De punten in de grafiek representeren de afzonderlijke datapunten, de horizontale lijnen komen overeen met de specificaties uit het datablad van de betreffende fabrikant. De zeer geringe afwijking van de TCC toont het hoge niveau aan van de nauwkeurige controle in onze eigen productieprocessen.

Herhalingsnauwkeurigheid zonder gewijzigde instellingen

Reproduceerbaarheid is een indicator die aangeeft hoe betrouwbaar de metingen van een sensor zijn. Hier wordt het verschil tussen de gemiddelde nauwkeurigheden van alle monsters weergegeven met de afzonderlijke metingen. De herhalingsnauwkeurigheid van de TCC is kleiner dan 0,015 C, d.w.z. dat u er zeker van kunt zijn dat het apparaat een hoge herhaalnauwkeurigheid in de metingen weergeeft.

Invloed van de omgevingstemperatuur op de nauwkeurigheid

Veranderingen in de omgevingstemperatuur kunnen een drift in de sensorelektronica veroorzaken en de nauwkeurigheid van de meetwaarden beïnvloeden. Idealiter moet de omgevingstemperatuur niet van invloed zijn op de nauwkeurigheid van de meetwaarden. De fabrikanten vermelden de toegestane afwijking op basis van de stijgende of dalende omgevingstemperatuur. Wij spreken in dat geval van de “temperatuurcoëfficiënten”, andere fabrikanten gebruiken eventueel andere begrippen.

Om de invloed van de omgevingstemperatuur te controleren, wordt het RTD-element in de punt door een vaste weerstand vervangen om een gelijkblijvende procestemperatuur te simuleren. Aansluitend worden de sensoren in een thermische testkamer gelegd en blootgesteld aan omgevingstemperaturen van -50 °C, 25 °C en 85 °C, om veranderingen van de procestemperatuur te meten. Elk punt vertegenwoordigt een meetpunt, de horizontale lijnen zijn de specificaties uit het datablad.